Tagarchief: krimp

Vooruitgang

Ik ben de zoon van een grensarbeider. Jarenlang werkte mijn vader, samen met zijn zwager en een aantal mannen uit de buurt, ver over de grens in het land der Walen. Op zondagavond reisden ze elke week met het brommertje naar Sint-Pietersstatie in Gent om vandaaruit de late trein te pakken naar Luik, Charleroi of Bergen. Op vrijdagavond kwamen ze dan weer terug.
Het was een zwaar leven. Op de fabrieken moesten ze het zwaarste, vuilste werk verrichten, discriminatie was schering en inslag, ze waren per slot van rekening buitenlanders. De verdienste was goed, maar pension-en caféhouders deden alle moeite om een substantieel deel van die verdiende gelden te innen.
Dat de mannen elke week de grens over gingen had zijn reden. De werkgelegenheid in Zeeuws-Vlaanderen was beperkt. Wie zonder kruiwagen door het leven ging, maakte weinig kans om een goede vaste baan te verwerven. Het waren de late jaren ’50 en de grauwsluier hing nog volledig over de streek. Boeren en notabelen maakten de dienst uit. En dan was er nog de kerk. Als een arbeider een tv aanschafte, kwam meneer pastoor vragen of dat wel kon en of dat niet ten koste ging van de gezinsopbouw….
Bekrompenheid en benepenheid waren gewoongoed in het landsdeel bezuiden de Westerschelde.
Drie zaken met een economische achtergrond brachten een sociaal-maatschappelijke omslag in de loop van de jaren ’60, begin jaren ’70. De kanaalwerken, de komst en groei van Dow en het regionale economische stimuleringsbeleid.
De kanaalwerken werden uitgevoerd door ondernemingen uit de Drechtstreek. Honderden werkmensen waren bij de werken betrokken, vrachtwagenchauffeurs, baggeraars, maar ook ingenieurs en constructiewerkers. Ze kwamen in horden. Woonden soms tijdenlang in woonwagens, sommigen gingen terug naar waar ze vandaan kwamen, anderen bleven achter in de streek. Vreemd volk
uit Werkendam of Gorkum. Dow trok nog meer vreemd volk aan en nog van veel verder weg. De Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone beleefde een ware tweede industrialisatie en met dat nieuwe werk kwamen er ook nieuwe Zeeuws-Vlamingen bij. Bruine en zwarte zelfs.
Voorspoed bracht verscheidenheid.
En met die verscheidenheid verdwenen langzaam, maar zeker ook de kasten van weleer.
Zeeuws-Vlaanderen werd deel van de wereld, verloor zijn bekrompenheid…
Een kwart eeuw ging alles redelijk voorspoedig.
De bevolking groeide.
De bedrijvigheid nam toe, niet alleen fabrieken, maar het toerisme, het kooptoerisme, het bankwezen, alles explodeerde.
De dienstensector volgde.
Tot pakweg 1990 het tij keerde.
De suikerfabrieken in Sas verdwenen, de Walsenmolen, De Cokes in Sluiskil, Engelhard in Terneuzen, Dow slankte af, banken sloten, de markten zagen geen volk meer, het kooptoerisme kelderde, het reguliere toerisme liep klappen op, Morres ging failliet en meer en meer en meer…
De krimp kwam.
Guus Langeraert kwam terug naar Zeeuws-Vlaanderen
en met hem ook weer de bekrompenheid, de benepenheid, al zal het niet volledig aan de man zelf te wijten zijn…
De grauwsluier is weer over Zeeuws-Vlaanderen getrokken, net als in de jaren ’50, toen de gewone man in stilte kankerde.
Vandaag de dag stemt men op de Partij voor de Vrijheid.
En dat noemen we vooruitgang…
Mijn kinderen zullen de streek verlaten.
Dat staat vast.

Ontvolkingspijn

Als we krimpgedeputeerde Harry van Waveren mogen geloven staat Zeeland in de nabije toekomst nog wat te wachten. Een verregaande vergrijzing, een oplopende ontgroening en een sterk krimpend actief deel van de bevolking; ergo Zeeland wordt wat het eigenlijk al is; een provincie waar niets meer gebeurt dan alleen het verstrijken der tijd. Zeeuws-Vlaanderen krijgt het eerst (in tijd) met de zwaarste klappen te maken. Het inwonertal van de streek gevangen tussen Belgenland en Schelde, nu een krappe 107.000 zielen keldert binnen twintig jaar met circa 7300 mensen. Hulst zal nog even een beetje groeien, maar met name Sluis en Terneuzen zullen de ontvolkingspijn nadrukkelijk gaan voelen.
De gemeenten zullen eens goed moeten gaan nadenken wat ze met hun woningbouwprogramma’s gaan doen, want naast nieuwbouw vraagt de toekomstige plan evenzeer om sloop. De gemeenten zullen ook eens goed moeten gaan nadenken over het voorzieningenniveau en de faciliteiten. Heeft Met name Zeeuws-Vlaanderen wel zoveel voetbalverenigingen nodig en zou het niet beter zijn dat – het idee komt van de gedeputeerde niet van mij – Hoek en Sluiskil (in mijn ogen water en vuur, zondag en zaterdag katholiek en protestant) samen zouden gaan, eventueel met Spui erbij.
En scholen? Moet elke kern wel een school hebben, moet er in Zuidzande nog een nieuwe gebouwd worden, notabene in een plaatsje twee kilometer van een dragende kern.
Ik moet ze het nageven. Christen-democratisch Zeeuws-Vlaanderen durfde er deze week over te discussiëren en dat is al heel wat, maar echt veel echte oplossingen, echt veel echte kansen (want in de ogen van de positivo’s biedt krimp kansen) konden de CDA ‘ers onder elkaar ook niet benoemen. Als er scholen worden opgedoekt, dan wil staatsssecretaris Bijleveld schoolbusjes laten rijden. Nou mooie oplossing. Die overigens wellicht niet eens nodig is. In Ossenisse is al jaren geen school en verzorgen ouders onderling het vervoer van hun kroost naar de scholen in Kloosterzande, om maar eens wat te noemen.
O ja, en de middelbare scholen, die mogen van ROC-directeur Van der Brugge niet meer met elkaar concurreren, maar moeten in plaats daarvan met elkaar samenwerken.
En samenwerken, dan moet volgens krimpgedeputeerde Van Waveren, ook de gemeenten doen om samen – en niet onder regie van de provincie – oplossingen te bedenken voor de problemen die op de regio afkomen of al gearriveerd zijn.
In Van Waverens redenering zitten twee kritieke punten: 1 Samen. samenwerking in Zeeuws-Vlaanderen is alleen te realiseren als er slechts een gemeente Zeeuws-Vlaanderen bestaat. 2. Oplossingen, voor oplossingen kun je beter chemici inhuren in plaats van bestuurders. Zij hebben daar namelijk verstand van. Van oplossingen bedoel ik. Politici denken teveel aan electoraal gewin, aan wat ze voor de partij kunnen betekenen en te weinig aan het belang van de streek.