Tagarchief: PZC

Standbeeld voor Wegener

Hoofdredacteur Peter Jansen van de Provinciale Zeeuwse Courant vindt dat Wegener voor zijn activiteiten in Zeeuws-Vlaanderen – met de titels PZC en BN/De Stem al zijn die vrijwel volledig uitwisselbaar – niet een boete, maar een standbeeld verdient. Nou, ik deel die mening niet.
Wegener heeft –en de NMa heeft dat wel juist ingeschat – de kluit belazerd en puur uit economische motieven twee ooit separate redacties ineengeschoven. De redacties werden ondergebracht in een pand, in een ruimte, de bezetting werd teruggebracht van 18 naar 8 redacteuren, de sportredactie van BN/De Stem werd opgedoekt, fotografen werden aan de kant gezet en het bestand aan medewerkers – ooit in elk dorp een correspondent – werd geminimaliseerd. Acquisiteurs werden ontslagen en de eigen regionale distributie werd opgedoekt – met alle gevolgen voor de bezorging van dien -.
PZC en BN/De Stem verwerden regionaal tot kopieën van elkaar, met hooguit de bladtitel nog als eigen presentatie-uiting. Hoewel de Stem nog in zijn colofon de suggestie wekt over een eigen redacteurenploeg beschikt staan deze heren/dames allemaal op de loonlijst van de PZC.
De lezer van de kranten krijgt bovendien sinds 2007 jaarlijks amper 11.000 paginaatjes voorgeschoteld (halfformaat) terwijl dat voor de omslag nog om zo’n 18.000 pagina’s ging. Voor dat mindere product betaalt de lezer zo’n twintig procent meer dan in de tijd van het broadsheet-formaat.
Jansen, die bij zijn komst naar de PZC in juli 2006 riep “een andere en betere krant te zullen maken”, verdient absoluut geen standbeeld, eerder een nekschot. De krant is anders, dat wel, maar is absoluut niet meer te vergelijken met de wat saaie, maar degelijke PZC van 10 jaar terug. De krant is zeker niet beter geworden, de teloorgang van de GPD en het ANP, het verlies van correspondenten en medewerkers heeft zijn invloed ook op het product gehad en dan heb ik het nog niet eens over het vertrek van vele, ervaren redacteuren en vormgevers de voorbije jaren.
De Volkskrant meldt vandaag naar aanleiding van de NMa-boete van ruim 20 miljoen dat de redacties al in 2002 volledig werden geïntegreerd. Dat is pertinent onjuist. Tot 2005 werd er op bescheiden wijze samengewerkt en werd elke stap tot verdere integratie getraineerd, vooral door de PZC. Pas in november 2007 meldde Jansen de redactieraad van de PZC dat BN/De Stem in Zeeuws-Vlaanderen qu omvang, vorm en inhoud gelijk zou worden aan de PZC. Op de vraag of de NMa daarmee kon leven gaf heer Jansen aan dat “er geen reden is om ongerust te zijn. Alle afspraken staan zwart op wit”.
Dat laatste heeft – gelet op de uitspraak van de NMa- toch wel veel op een leugen.

PZC en de muur van ergernissen

Onder het motto “Wie wat bewaart heeft wat” heb ik de verslagen van de weekberaden, redactieraden en – commissie, alsmede de briefwisselingen over de redactionele situatie in Zeeuws-Vlaanderen tussen de verschillende bedrijfsgremia over de voorbije jaren netjes bewaard.
Ze lagen in een grote map onderin mijn kastje, want wat dat betreft ben ik toch een ouderwetse journalist; ik bewaar van alles. Waar nog eens een verhaal in zou kunnen zitten gaat in een mapje, interessante artikel worden geknipt of digitaal opgeslagen in – juist – een mapje.
Ik had bij wijze van spreken de NMa – mocht ik ertoe gedwongen zijn – zo een berg met documenten kunnen verstrekken. Ze hebben vorig jaar bij de invallen-actie niet bij me aangeklopt. Ik zou ook niet thuis hebben gegeven, want ik vond en vind dat ik als eenvoudige redacteur part noch deel heb gehad aan wat er de voorbije jaren is gepasseerd. Dat geldt ook voor het leeuwendeel van de PZC-en BN/De Stem-redacteuren in Zeeuws-Vlaanderen en daarbuiten.
Als er in Breda of Apeldoorn iets beslist werd over de bedrijfsvoering van de kranten, dan was dat – alle overleggremia ten spijt – veelal opgelegd pandoer, dat verwoord werd in een hoofdredactionele mededeling. Daar mochten redactionele vergadertijgers als Jeff. Kuttering en Ernst Jan Rozendaal dan nog even mee stoeien, maar ook niet meer dan dat.
Mecom en Munstermans wil waren wet.
En die wet was puur economisch.

In 2001 werd –ten tijde van het regime van Andreas Oosthoek – besloten om de redacties van PZC en BN/De Stem om economische redenen onder een dak te brengen. Er moest – met frisse tegenzin – worden samengewerkt, maar die samenwerking beperkte zich in eerste instantie tot het gezamenlijk gebruik van werk van dezelfde fotografen (bij toerbeurt) en het toen nog bestaande korps aan medewerkers. PZC en BN/De Stem bleven kranteigen kopij maken. Identiteitsbepalende zaken bleven fier overeind. De aansturing van de redacties bleef in handen van twee chefs.

Makkelijk verliep die samenwerking niet. Simpelweg, omdat het een beetje raar is als journalisten die samen met elkaar werken toch geheimen (primeurs) voor elkaar hebben of rechtspositioneel verre van op een lijn zitten. Zo kon het gebeuren dat op gezette tijden –zeker in mei – de samenwerkingsredactie bestond uit louter PZC –redacteuren, omdat de Stemmers allemaal op vakantie waren en mochten.
Als er vanuit Zeeuws-Vlaanderen geklaagd werd door redacteuren, dan ging het om organisatorische zaken, om gebrek aan menskracht, aan onevenwichtigheid in papieraanbod voor de twee edities en meer van zulks. Over werkomstandigheden die na de overgang op halfformaat in februari 2007 steeds problematischer werden.

De tot toen gekunstelde samenwerkingsconstructie paste geheel binnen de afspraken die de NMa Wegener met de fusie met de VNU-dagbladen had opgelegd. De edities hadden hun eigen smoel, eigen specifieke kopij, eigen redactie en eigen omvang.
Met alle gevolgen van dien overigens.
Om een voorbeeld te geven.
In de tijd van een eigen PZC-redactie in Terneuzen verving de kantoorhouder zelf regelmatig de kapotte tl-buizen. Hij moest dan ’s maandags toch in Vlissingen zijn en nam dan uit het magazijn wel wat nieuwe buizen mee, die hij vervolgens een dag later zelf in de tl-houders plaatste. In een Wegener-pand mocht dat allemaal niet meer, vanwege de arbo-regelgeving en omdat er natuurlijk een facilitair manager was die dit soort dingen regelde, arrangeerde, aanpakte. Dus toen er op het bureel van de samenwerkingsredactie wat tl-buizen kapot waren werd er gebeld naar Breda. “We zitten bijna zonder licht, we hebben wat tl-buizen nodig”, luidde het verzoek. De facilitair manager noteerde dat netjes en sprak vervolgens af over een week zelf naar Terneuzen te komen. Met de lampen dacht ik, maar nee, de man kwam poolshoogte nemen. Kijken of er daadwerkelijk lampen stuk waren, hoeveel, wat voor watt en welke starters ze hadden. Alla, meneer was en halve dag bezig met zijn inventarisatie en zei vervolgens dat er actie ondernomen zou worden.
Die actie kwam ook. Een paar dagen later meldden twee mannen van een of ander technisch bedrijfje uit nota benen Breda zich ter redactie met de mededeling dat ze kwamen om een inventarisatie van het kwaad te maken, zodat zij het bedrijf een offerte konden doen. Nou ja, kijk maar, er zijn wat tl-buizen stuk…Weken verstreken, nog eens met Breda gebeld, ja de offertes moesten nog bekeken worden. Maar goed, weken later verschenen er enkele mannen op het bureel met tl-buizen. Een kleine vrachtwagen vol, niet alleen de kapotte exemplaren werden vervangen, maar alles, ook de nog goede buizen en overal in het kantoor werden de lichtkolommen voorzien van nieuwe starters..
Toen ik de facilitair manager wees op zijn absurde werkwijze werd me dat later niet in dank afgenomen, maar toch zo verliepen zaken.

Een en ander was voor de toenmalige Stem-chef in Zeeuws-Vlaanderen aanleiding om in april 2007 namens de samenwerkingsredactie (niet namens mij, ik was destijds ziek) een verzoek bij de hoofdredacties en directie neer te leggen om ” de muur van ergernissen waar de redactieleden elke dag tegenaan liepen, maar die ze zelf niet hadden opgetrokken, te slechten.”
Wat verder volgde is voor de NMa reden geweest om deze week Wegener een boete op te leggen van bijna 20 miljoen euro.
Een absurd hoge boete vindt het bedrijf en dat is ook zo.
Het vermeende profijt dat het concern heeft gehad aan het ineenschuiven van titels en redacties staat in geen verhouding tot de boete.

Een aantal respondenten heeft mij deze week ervan beticht zaken te schrijven uit rancune. Dat zou dan impliceren dat ik haat- gedragen verhalen zou leveren. Daar is geen sprake van. Bijna een kwarteeuw heb ik bij de twee kranten mogen werken, het langst 22 jaar bij de Provinciale. Een krant, de laatste, waar ik altijd trots op ben geweest. Een krant met een reputatie.
Net zoals De Stem een bedrijf was met een goede sociale status.
Nadat Wegener beide bedrijven onder z’n hoede had genomen is het met de reputatie van de twee bergafwaarts gegaan en er kwam bepaald geen positief Wegener-gevoel voor in de plaats. Integendeel.
Die teloorgang, die vind ik zo jammerlijk en daarover en daarom schrijf ik.
Dat ik verder wel eens een akkefietje met die of gene heb gehad, tja, dat bewaar ik dan maar voor mijn memoires. Mocht ik die ooit schrijven.

NMa slaat laat toe

De Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft krantenuitgever Wegener en vijf leidinggevenden van het concern boetes opgelegd van in totaal meer dan twintig miljoen euro voor het overtreden van fusieregels die in 2000 werden opgesteld toen Wegener de VNU Dagbladengroep wilde overnemen.
Aan de overname werd door de NMa regels gesteld om in overlappingsgebieden, zoals Zeeuws-Vlaanderen, twee onafhankelijke titels (PZC en BN/De Stem) in de markt te houden. Volgens de NMa heeft Wegener toch zeker in Zeeuws-Vlaanderen de gestelde regels niet nageleefd en hebben de toezichthouders verzuimd hun werk te doen. Vandaar ook de individuele boetes van in totaal 1,3 miljoen euro.
In een reactie in de diverse media heeft Wegener laten weten in beroep te gaan tegen de opgelegde boetes. Het krantenconcern beroept zich onder meer op het beginsel van persvrijheid en dat boetes buitenproportioneel zijn. Wat persvrijheid overigens met het overtreden van zelf geaccordeerde regels te maken heeft, ontgaat mij volledig maar goed.
De overname van de VNU-bladen – tegen een veel te hoge prijs – zorgde in 1999 binnen Wegener voor nogal wat reuring. In Zeeuws-Vlaanderen kregen we daar als redactie en aanhang ook het een en ander van mee. Wij, de PZC-redactie Zeeuws-Vlaanderen, resideerde destijds aan de Axelsestraat, in een gebouw samen met de mensen van de toen nog PZC-dochter, het ZVA.
Omwille van de overname kon dat niet meer en zou de PZC-redactie, inclusief de commerciële medewerkers, naar elders moeten verkassen. Tijdenlang gonsden er locaties in Terneuzen door het gebouw, maar alras bleek dat de PZC’ers moesten intrekken bij de Stemmers. De vijanden van weleer onder een dak.
In eerste instantie was er alleen sprake van gezamenlijke huisvesting, maar toen die eenmaal verwezenlijkt was – eind 2001 – moesten ook een aantal commerciële zaken en huishoudelijke zaken gestroomlijnd worden. Dat gebeurde, maar van het opgeven van redactionele onafhankelijkheid was nog geen sprake. Sterker nog, de toenmalige hoofdredacteur van de PZC, Andreas Oosthoek, verzette zich hevig tegen de aanstelling van een redactiechef, hield vast aan een regionale tweemansleiding, een voor het PZC-smaldeel en een voor dat van de Stem. Ik mocht de PZC-man zijn, Henk Boot de Stemman.
En eerlijk gezegd verliep het een half jaar best prima. De Stem maakte Stem-verhalen, De PZC’ers die van hun en werk van correspondenten en fotografen werd in beide titels weggezet. Het kranteigene bleef overeind. Alleen deed het PZC-smaldeel dat met zes mensen en BN/De Stem dat met 11 vaste krachten. In Breda vond men die verhouding niet zoals ze moest zijn, dus welde de roep om op menskracht te bezuinigen aan. Vreemd genoeg werd een PZC-fotograaf, die niet overging op het digitaal aanleveren van zijn prenten, het eerste slachtoffer van die bezuinigingsronde. Oosthoek vond dat wanneer er gesneden moest worden er maar in het Bredase smaldeel gesneden moest worden. De introductie van een nieuw kopijverwerkingssysteem Wegenerbreed maakte in Zeeuws-Vlaanderen snel een eind aan het nog steeds op twee gescheiden systemen werken. Er kwam een nieuw systeem, maar Oosthoek hield angstvallig vast aan het gesloten houden van de zogenaamde PZC-bakken voor de Stem-redacteuren. Uiteindelijk kreeg alleen de Stem-chef inzicht en mocht hij, op verzoek aan de PZC, bepaalde algemene artikelen voor De Stemkolommen er uit lichten.
Die situatie – het ondanks alles vasthouden aan kranteigen kopij – bleef voortduren tot eind 2004 toen ik Zeeuws-Vlaanderen verruilde voor de functie van chef binnen-buitenland en bijlagen in Goes.
Ruim twee jaar werkte ik daar met veel plezier en geestdrift aan een goede regionale krant. Zeeuws-Vlaanderen, de samenwerkingsredactie, bleef hangen in een vorm van vreedzame coëxistentie, waarbij opgemerkt moet worden dat de Bredase bemoeienissen gering waren. Het Stem-smaldeel zat maanden zonder chef, kreeg er dan een die binnen enkele weken weer weg was en ook het verloop onder de Stemredacteuren was groot, dit weer tot ergernis van de veel kleinere PZC groep.
Oosthoek vertrok in juli 2006 als hoofdredacteur. Kort voor zijn vertrek werd er in Goes een algemene redacteurenvergadering gehouden waarop Oosthoek uit de doeken deed wat voor redactie-organisatie er voor de PZC in het vat zat na zijn vertrek. Wegenerbreed werd er – met het oog op de introductie van het halfformaat – gedacht aan een tweepotenmodel met een in (verslaggevers) redactie en een uit (verwerkende) redactie, waaronder ook opmaak en vormgeving ressorteerde. Oosthoek had echter voor de PZC bedongen dat er een drie-potenmodel (verslaggeving, verwerkende redactie en vorm en beeld) overeind zou blijven.
Amper een maand later bleek dat de nieuwe hoofdredacteur Peter Jansen zich volledig geconformeerd had aan het gedachtengoed van zijn Apeldoornse en Bredase broodheren en het model van zijn voorganger ging de prullenmand in. Jansen maakte ook weinig haast met de implementatie van de nieuwe organisatie, hetgeen onder de redacteuren zorgde voor veel onrust.
Jansen had bovendien sterk de neiging om laat ik maar zeggen oude-Oosthoek-adepten, waaronder schrijver dezes, lang aan het lijntje te houden, te passeren of gewoonweg te negeren. Ten langen leste werd ik door Jansen teruggestuurd naar Zeeuws-Vlaanderen, naar de samenwerkingsredactie waar tot mijn verbazing alles een Stem-stempel had gekregen. Zelfs de oude papieren agenda, ik beschouwde dat altijd als een PZC-logboek, had plaatsgemaakt voor een digitale. Ook in personeel opzicht was de Stem nog steeds oververtegenwoordigd en ook in papier bood de Stem zijn lezers meer dan de PZC. Van afstemming was er amper sprake, maar dat zou wel gebeuren wist Jansen me te vertellen.
In de loop van 2008 werd in Breda besloten de twee redacties volledig ineen te schuiven en onder een chef, van Stem-iijde te plaatsen. De regie over de redactie zou gevoerd worden door de PZC en in geval van conflicten hielden de beide hoofdredacteuren het recht om in te grijpen. De redactieraden bakkeleiden nog even over de voorstellen, maar ze werden doorgevoerd. Stem-redacteuren kwamen op de PZC-loonlijst en de PZC-chef, die moest maar naar Goes.
Alles zou volgens het hoofd P&O volgens de regeltjes verlopen. Van bonden en NMa viel niets te duchten, althans, dat werd gezegd. Feitelijk zijn de afgelopen twee jaar flink wat mensen een oor aangenaaid. Ook ik.
En de lezers.
Ach de lezers…

Verslaglegging

De lokale politiek wordt door steeds minder schrijvende journalisten gevolgd. Het aantal raadsvergaderingen waar vrijwel nooit een meer een journalist komt, neemt toe. Een kwart van de gemeenten zag de laatste vijf jaar een afname. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw onder 156 raadsgriffiers.
De dertien Zeeuwse gemeenten blijken nog regelmatig journalisten op visite te krijgen. Volgens Trouw zou 98 procent van de raadsvergadering in Zeeland nog door een PZC-scribent worden bezocht. Adjunct-hoofdredacteur Arie Leen Kroon, zelf nimmer in het veld aanwezig, durft daar zelfs het volgende over te melden . Het verbaast hem niet dat Zeeland bovenaan staat in het onderzoek. „We hebben goed contact met gemeenten. Zelfs zo goed dat ze hun agenda aanpassen op de deadline van de krant.”
Hij noemt het bezoek aan de vergadering ’het laatste om op te korten’. „Het gaat steeds vaker over bezuinigingen. De gevolgen daarvan worden voor onze lezers heel merkbaar.”
Gemeenten die de agenda van de vergadering aanpassen aan de zaktijd van de krant. Ga nou toch weg Kroon, de meeste verslagen van commissie en raden verschijnen door die extreem vroege sluitingstijden – dat heb je als een krant in Best gedrukt moet worden tussen al die andere Wegenerhalfjes in – pas twee dagen na dato in de kolommen van de krant. Op de avond van handelen zelve wordt er met enig geluk nog een berichtje op de website geplaatst.
Dat er meer verslaggevers de vergaderingen bezoeken heeft een organisatorische reden. De ene zit daar voor een snelle brok op de website of nog een snel berichtje voor het sluiten, de ander zit de vergadering uit om in een later stadium te kunnen berichten.
Over de wijze waarop de PZC omgaat met raads-en commissiewerk wordt evenzeer in Zeeland geklaagd als elders. Vanwege het schrijnend gebrek aan ruimte in de halfformaat is er amper nog plek voor wat er in de gemeenten speelt. Van verdieping is amper nog – een enkele uitzondering daargelaten – sprake.
Het grote geluk van de PZC is het ontbreken van enige concurrentie. De Staatsomroep Zeeland is meer bezig met de zoektocht naar een nieuw onderkomen, subsidies en reclamegelden dan met verslaggeving en da’s mooi meegenomen. Maar als lokale bladen, zoals dat van Aad van der Wouden op Schouwen Duiveland serieus werk maken van hun journalistieke taak, dan komt het Zeeuwse Halfformaat al in de problemen. Als straks ook de Zeeuwse Mediagroep in oprichting gaat waarmaken wat ze belooft, dan de pijn bij de PZC nog wel eens wat groter worden.
En Kroon mag dan wel stellen dat het bezoek aan de vergadering het laatste is om op te bezuinigen, zijn chef-uit, de verantwoordelijke voor de uiteindelijke dagproductie denkt daar wezenlijk anders over. Die riep jaren terug al, “Äch, die bestuursvergaderingen, dat interesseert toch niemand…”